• 27 september 2022 20:25

Dick Jaspers over de toekomst van het driebanden

jun 3, 2022

Hoe ziet de toekomst van het driebanden er uit in Nederlander? Die vraag heeft De Biljart Ballen voorgelegd aan ’s werelds beste driebander: Dick Jaspers.

Een voetballer wil voetballen, een handballer handballen. En een driebander wil driebanden. En toch is het verschil met de twee eerder genoemde sporten groot. Voetballers spelen anderhalf uur, een handballer maakt een uur zuivere speeltijd vol. Maar de driebander moet het doen met één partij, daarna wachten tot de rest van zijn team heeft gespeeld. “Dat is niet aantrekkelijk”, zegt wereldkampioen Dick Jaspers. “Zeker niet om zo nieuwe aanwas in Nederland te creëren.”

Internationaal doet ons land het goed, met Jaspers als belangrijkste uithangbord. Maar de resultaten in het heden zijn geen garantie voor de toekomst. “Ik ben er niet zo bang voor dat Nederland in de marge terechtkomt. Er zijn altijd biljarters die opkomen, te danken aan het feit dat je met driebanden je brood kunt verdienen. Maar willen we mee met de ontwikkelingen in het buitenland, dan moet er wel iets veranderen.”

Zo is in Zuid-Korea het driebanden immens populair. “Ook in Zuid-Vietnam gaat het hard, het is een manier om aan de armoede te ontsnappen. In Mexico en Colombia hetzelfde verhaal, net als in Turkije. Daar heeft de nationale bond in Ankara een enorm biljartcentrum gebouwd, dat werkt als een magneet op talentvolle biljarters.”

Wil je jeugd aan het driebanden krijgen, dan moet je zichtbaar zijn. En ervoor zorgen dat er zo veel mogelijk kan worden gespeeld. “We hebben er de infrastructuur voor, want Nederland heeft meer dan dertig grote biljartcentra. Alleen zullen we meer aandacht moeten gaan geven aan toernooien. Hoe je het ook wendt of keert, biljarten blijft een individuele sport. In toernooien  kun je je onderscheiden. En zo zorg ook voor meer reuring in die biljartcentra.”

Het verschil van een toernooi of een wedstrijd is groot, vindt Jaspers. “Bij een wedstrijd speel je één keer, bij een toernooi moet je het zo regelen dat een biljarter drie, vier keer op een dag aan de tafel staat. Dat wil-ie ook, daarvoor is hij gaan biljarten. Desnoods pas je de puntentelling aan.” Zo heeft Jaspers voor corona zich aandiende in Rosmalen het Crazy Biljarts georganiseerd. “Wedstrijdjes tot vijftien punten. Dat was een succes.”

Het ideaal van Jaspers is dat een biljartcentrum regelmatig een toernooi houdt. De kracht van herhaling kan jeugd stimuleren om ook het driebanden te omarmen. En het driebanden wordt dan ook meer zichtbaar. Het probleem is: je krijgt vrijwilligers niet zo gek om dat pakweg vier, vijf keer per jaar op te zetten. “Dat hoeft ook niet. Je zou dat kunnen uitbesteden. Doen voetbalclubs die een groot internationaal toernooi willen opzetten ook. Een extern bedrijf regelt dat, en alles eromheen.”

Daar zijn behoorlijk wat kosten aan verbonden. De meeste uitbaters van een biljartcentrum zullen passen. Daarom pleit Jaspers voor investeerders. Valt er geld mee te verdienen? “Jazeker. Driebanders willen zo veel mogelijk spelen, dus meedoen aan toernooien. In de competitie speel je slechts twintig partijen. Waar je ook nog een hele einden voor moet rijden Nu zijn er maar drie Grand Prix, veel te weinig. Er kunnen meer invitatietoernooien worden opgezet.” Ook in die toernooien kun je differentiëren. “In de Verenigde Staten kun je op één dag promoveren of degraderen. Dat geeft er nog meer dynamiek aan.”

Leuk en aardig, dan nog moet er een probleem worden getackeld: de wedstrijdkalender zit mudvol. Competities worden in de regel in het weekend gespeeld. “Dat zou je kunnen veranderen. En waarom niet? In België is de competitie altijd op maandag en dinsdag, in Frankrijk op donderdag en vrijdag. Je kunt er ook voor kiezen om een competitie op woensdag en donderdag te spelen met aanvangstijdstip acht uur. Dan houd je heel veel tijd over. En vrije weekends.”

Voor de helderheid: “Ik ben zeker niet tegen de competitie. Integendeel, het maakt al zo lang deel van het DNA van het driebanden. Maar het is goed om out of the box te denken. Trouwens, dat doet de KNBB ook. Met maar één doel: het driebanden nog aantrekkelijker en vooral zichtbaar te maken.” Zodat ook na de generatie-Jaspers Nederland zich een bakermat van het driebanden mag blijven noemen. En op het mondiale toneel een stevig woordje mee blijft spreken.

Foto: Jan Rosmulder